Diereninfo - Een hond is geen mens

Tot voor een jaar geleden waren wij in het trotse bezit van 3 honden. Twee herderzusjes Sanne en Suus en het kruisinkje Kriel van het type “Joost mag het weten”. De herders waren echte herders, in die zin dat beide dames een gelijkmatig karakter hadden, de ‘gezinsroedel’ te allen tijde bij elkaar wilden houden en luisterden als een klok! Kriel had haar op de tanden en is voor de kinderen een aardige leerschool geweest, met name: Hoe zij vooral niet met honden om moesten gaan!  Gezien het sinaasappelgebitje van Kriel, kon een knauw niet veel meer kwaad dan wat deukjes in de handjes en een gekrenkte trots.

Als de kinderen te druk in de buurt van Suus bezig waren, liep zij weg terwijl een zelfde actie richting Sanne, resulteerde in een hoge blaf waarmee zij de roedelleider verzocht de situatie op te lossen.  Wij haalden de kinderen dan bij haar weg. Tot onze grote spijt hebben we kort na elkaar van alle drie afscheid moeten nemen.

 De verliezen zijn inmiddels meer dan aangezuiverd en de kinderen weer iets wijzer. Thans bevat onze “stal” Sammy en Sjaak (beiden Duitse herders) Trollie en Trudie (beide york-achtigen), Kobalt; Kobus voor intimi (kleine keeshond) en Sifra, een oeverloze ondeugdkruising. Allemaal totaal verschillende individuen met een interessante samenhang.

Zo’n 20 procent (landelijk gemiddelde) van de dieren wordt na plaatsing
-vaak al binnen enkele dagen- terug naar het asiel gebracht. Uitgaande van dit gemiddelde zou het niet verwonderlijk zijn dat minimaal één der viervoeters retour asiel moest omdat het “niet ging”.
Zouden wij hieruit concluderen dat wij geluk hebben met onze dieren? Of…, zouden al onze honden, voordat zij bij ons kwamen, prima opgevoed zijn geweest en indertijd alleen maar goede ervaringen met mensen hebben gehad? Van een aantal van onze honden is juist bekend dat zij het helemaal niet goed hebben gehad.

 

Begrijpen we elkaar?

Als u, of ik, na een vliegtuigcrash (of een andere ramp naar keuze) bij een Eskimopopulatie terecht zouden komen, hoe zouden wij dan met deze mensen communiceren? We beheersen de taal niet, onze gebaren worden niet verstaan of betekenen nét weer iets anders, en de manier waarop zij met u trachten te communiceren leidt ook tot niets. In ieder geval zullen we niet verhongeren; immers, Eskimo’ s staan erom bekend erg gastvrij te zijn.
Zij zullen altijd bereid zijn hun voedsel met óns te delen, ofschoon de kaart niet meer vermeldt dan: vis, zeehond of ijsbeer (vroeg of laat komt zulks dan ook de neus uit, maar dat even terzijde).
Het zal een verwarrende tijd zijn omdat wij niet kunnen communiceren op de manier die voor óns zo vanzelfsprekend is.

Terug naar de hond

Dezelfde problemen komen ook voor in de communicatie tussen mens en hond.
Vaak weet men wél, hoe de videorecorder of de GSM werkt, maar verdiept men zich niet in het dier dat voor een bepaalde tijd een deel van hun leven is. Men realiseert zich dan niet, dat zo’n warmbloedige ziel, die er altijd voor ons is, en vaak zoveel evenwichtiger is dan wijzelf, ook een gebruiksaanwijzing heeft.

Het komt er feitelijk op neer dat we onszelf -en de hond- akelig tekort doen als we ons niet verdiepen in onze hond. Hoe moeilijk is het voor ons mensen om op een respectvolle manier met elkaar om te gaan? Bekende uitspraken die dit illustreren zijn: “Op vakantie leer je je vrienden kennen.” en “Je vrienden kies je en je familie niet”. Als een succesvolle samengang van mensen niet vanzelfsprekend is, waarom zou dit bij een hond dan wel het geval zijn?

Een hond is geen mens en snapt niets van de manier waarop wij communiceren. Een hond heeft van nature alles in zich wat nodig is om met soortgenoten te communiceren. Daarbij heeft hij zich in het nest of roedel al vele (sociale) vaardigheden eigengemaakt. De manier waarop wij met de hond omgaan moet aangepast zijn aan de hond. We moeten duidelijk en consequent zijn, dát begrijpt hij. Waarom zouden wij hem onzeker maken door hem (overigens met de beste intenties) teveel als mens te behandelen? Dit is voor hem verwarrend, en verwarring is absoluut het beginpunt waar het fout gaat tussen mens en hond.

In een roedel is er sprake van een hiërarchie, voor ieder dier is de verhouding duidelijk. Binnen deze hiërarchie kan er, als een ondergeschikte de kans ziet (lees: er dus aanleiding is) een verschuiving van autoriteit optreden. Dit kan thuis dus ook gebeuren en daar is dan óók een aanleiding toe geweest.
Daarom is het zaak vanaf het begin, de verhoudingen duidelijk te krijgen én te houden. De eigenaar bepaalt de regels en de hond heeft zich daarin te schikken.

 

De manier waarop honden elkaar corrigeren lijkt soms heftiger dan het in werkelijkheid is. Het is echter wel eerlijke en duidelijke taal, hun taal! Ik ben er van overtuigd dat de manier van communiceren met onze hond op een hoger niveau kan komen dan de korte commando’s die men, zeker in het begin, dient te hanteren. Je hoort vaak van mensen die al jaren een hond hebben dat zij, bij wijze van spreken, met hun hond kunnen lezen en schrijven. Ik heb die ervaring zelf ook, maar het heeft wel een aantal jaren geduurd voordat het zover was. Mijn ervaring is ook dat men bij een nieuwe hond weer helemaal ‘vanaf nul’ moet beginnen. De ervaring die mensen met honden hebben is dus betrekkelijk, ieder wezen is immers anders.

Mijn vrouw zei mij, kort na het inslapen van onze laatste (oude) hond, zulke honden krijgen we nooit meer. Ik dacht: dat is zeker waar, maar degenen die wij nog zullen krijgen ook niet!

Maar we hadden het over communicatie:

Een hond teleurgesteld mededelen dat het wel erg flauw van hem is dat hij
de rollade van tafel heeft geroofd, doet hem slechts -met een grijns op de smoel, met 4 poten omhoog, in z'n mand uitbuiken. …..
Hij heeft het toetje dat op het aanrecht stond ook ontdekt……. maar dat weet nog niemand!

Mark van Maaren

Uit ons nieuwsblad “Dierengeluiden” uitgave mei 2002.

 
Adoptable animals
Boarding department
Contactgegevens
  • Stichting Nationale Dierenzorg
  • Zijdeweg 56
  • 2245 BZ Wassenaar
  • tel: 070-51 79852
  • fax: 070-51 77979
  • info@ndz.nl