Diereninfo - De zorg om een blaaskat

Een veel voorkomend probleem bij katten is een blaasprobleem. Ook bij katten die ons asiel binnenkomen is dit een groot probleem. Het is weliswaar een serieuze kwestie, maar zeker niet altijd een ramp (wat vaak wordt gedacht). Mede om deze reden lijkt het mij een goed plan om de lezers van Dierengeluiden eens wat meer achter de schermen te laten kijken.
Blaasgruis, oftewel steentjes worden gevormd in de urine, die irriteren de blaas en kunnen een blaasontsteking veroorzaken. Dit komt voor bij zowel poezen als katers. Alleen kan het voor een poes vaak wat minder kwaad dan bij een kater. Omdat een kater een veel nauwer plaskanaal heeft dan een poes kan deze verstopt raken door steentjes. En als een kat niet kan plassen is dat levensbedreigend!

Waarom sommige katten blaasgruis vormen is niet met zekerheid te zeggen. Door de zuurgraad van de urine te veranderen en door een daarvoor bestemd dieet te geven en tevens te zorgen dat de kat meer gaat drinken, kan steenvorming worden tegengegaan.
Een goed blaasdieet is verkrijgbaar bij de dierenarts. Sommige dierenspeciaalzaken verkopen ook blaasdieet. Indien een kat eerder blaasproblemen heeft gehad zal men moeten volstaan met dieetvoer van de dierenarts en een kat die nog nooit een blaasprobleem heeft gehad (en dus ter voorkoming van blaasproblemen) zou kunnen volstaan met (dieet)voer van een dierenspeciaalzaak. Er is echter nooit garantie dat met een dieet het probleem wegblijft, de kans is wel vele malen kleiner.

In sommige gevallen is een dieet alleen niet voldoende en worden er ook medicijnen voorgeschreven. Uit urineonderzoek moet blijken wat het beste voor de kat is. Veel mensen denken aan het prijskaartje van een dieet. Het is duurder, maar een dieet is vaak zo is samengesteld dat de meeste katten voldoende hebben aan ongeveer 50 gram per dag (normaal blikvoer bestaat uit 80% water). Om een kat een goed gevuld gevoel te geven moet men van blikvoer een grotere hoeveelheid geven. Door het geven van een dieet kan een blaasontsteking met bijbehorende pijnklachten vaak voorkomen worden.

Een kat is een schoon dier en houdt van een schoon toilet dus is een schone kattenbak heel belangrijk. Voor sommige katten is dan alleen de dagelijkse behoefte er uit scheppen niet voldoende (de geur blijft voor de kattenneus nog hangen en dus lijkt de bak voor de kat nog vies). Daardoor wil de kat de urine nog wel eens langer ophouden dan nodig is. Als urine te lang in de blaas blijft zitten is dit niet goed voor de blaas als de kat al eerder blaasproblemen heeft gehad.

Zoals ik al zei hebben wij in onze asielafdeling veel te maken met blaaskatten. Wij zitten eigenlijk de hele dag met onze neus op de kattenbakken en in de loop der jaren weet je wel (of vermoed je) bij het ruiken of zien van de urine dat er wat loos is. In zulke gevallen gaat de urine direct met de dierenarts mee voor onderzoek. Als er dan steentjes in blijken te zitten moeten we de kat een (streng) blaasdieet gaan geven soms in combinatie met medicijnen. Zo’n dieet werkt echter pas na een lange periode, dus na enkele weken volgt er weer een urineonderzoek en als het dan meezit mag de kat over op een minder streng blaasdieet. Zo’n blaasdieet moet hij dan soms levenslang houden. Een blaasdieet voor steentjes mag echter niet levenslang gegeven worden, dat kan alleen in combinatie met een ander blaasdieet.

Als na hercontrole van de urine de uitslag goed is, kunnen we proberen een passend huis te zoeken waar de kat ook zijn passend dieet voorgeschoteld krijgt.
Maar helaas komt het vaak voor dat het allemaal niet zo simpel verloopt als hier omschreven, want we zien nu eenmaal niet aan de buitenkant hoe alles binnenin het beestje verloopt en stappen wel eens te snel over op zo’n minder streng blaasdieet en dan blijkt bij de volgende urinecontrole dat we weer net zo ver zijn als in het begin, zodat we weer van voren af aan moeten beginnen (verder onderzoek is ook wel eens noodzakelijk; een blaasecho, blaaspunctie o.i.d.).

Normaal gesproken werkt zo’n dieet na een aantal maanden pas goed en onze voorkeur gaat uit om voor een kat toch zo vlug mogelijk een nieuw huis te vinden. Omdat het dus wel eens anders verloopt en een langere behandeling nodig is zitten sommige katten hierdoor lang in het asiel, maar dat is zeker geen nadeel, want de nieuwe eigenaar krijgt daardoor van ons van A tot Z te horen hoe zijn nieuwe huiskameraad is, wat de wensen van de kat zijn, hoe hij bij ons behandeld is en nog belangrijker, hoe het advies luidt om verder te gaan.

Gelukkig hebben we al heel wat katten met een desbetreffend dieet etc. een nieuwe eigenaar kunnen geven en zien we ook onze ex-asielvriendjes weer eens terug, omdat een urinecontrole in de toekomst nog wel eens nodig is om te zien of alles wel goed gaat.
Dat moment is de kroon op al het werk. Als de nieuwe eigenaar na een aantal maanden trots op onze stoep staat te vertellen hoe alles gaat en wij een goeduitziende kat terug zien. Dat compenseert alle voorafgaande zorgen. Uiteraard willen wij samen met onze dierenarts zelf contact houden met de nieuwe eigenaar, immers daar is de behandeling ooit gestart. Helaas komt het ook voor dat de nieuwe eigenaar nietsvermoedend bij hun eigen dierenarts het door ons voorgeschreven dieet gaat halen en dat er dan moeilijk gedaan wordt (hoe komen die mensen van een asiel aan die wijsheid?!….).
Ik hoop met deze informatie wat meer duidelijkheid te hebben gegeven omtrent het wel en wee van een dieet en hoe wij na vele jaren ervaring aan die wijsheid zijn gekomen. Neem a.u.b. het advies een kat op dieet te houden serieus!!!

Judith Split

 
Adoptable animals
Boarding department
Contactgegevens
  • Stichting Nationale Dierenzorg
  • Zijdeweg 56
  • 2245 BZ Wassenaar
  • tel: 070-51 79852
  • fax: 070-51 77979
  • info@ndz.nl